Direct naar content
  • Ervaring sinds 2001

  • Trainingen door heel Nederland

De geschiedenis van VCA aan de hand van één bedrijf

Over de geschiedenis van VCA zou je een boek kunnen schrijven. Twee pagina’s in VCA Actueel kunnen daar geen recht aan doen. Wat wel kan, is die geschiedenis bekijken door de lens van één bedrijf, een bedrijf dat er steeds bij betrokken was.

Als het over de oorsprong van VCA gaat, hoor je vaak dezelfde namen van petrochemische bedrijven. Niet ten onrechte, want opdrachtgevers als Dow, DSM, Dupont, Esso en Shell legden de grondslag voor het systeem. Dat was eind jaren tachtig, toen zij onderling afspraken om dezelfde veiligheidsstandaarden te hanteren bij het toelaten van opdrachtnemers. GSA en LSA, ofwel de ‘general’ en de ‘limited safety approval’, waren de voorlopers van VCA* en VCA**. Maar er waren ook opdrachtnemers die vooropliepen. Eén daarvan was het familiebedrijf Mourik, en met name Mourik Services. Andere voorbeelden zijn Wescon (het tegenwoordige Stork Technical Services) en isolatiebedrijf Hertel.
Gert Griffioen, tegenwoordig Head of Corporate Safety van Joh Mourik & Co Holding, is een van de vele Mourik-mensen die jarenlang bijdragen leverden, in allerlei hoedanigheden. Daarbij werkte hij veel en graag samen met Wescons veiligheidsman Marco Heyndijk. “We kenden elkaar van Esso’s Flexicoker-project. Volgens mij het eerste grote project in Nederland waar echt een gestructureerd veiligheidsbeleid op zat.”

VCA cursus

Uw medewerkers zijn uw belangrijkste kapitaal! Creëer daarom goede arbeidsomstandigheden. De VCA cursus van V-Kam Education draagt bij aan een gezonder werkklimaat!

Mourik Services registreerde in die tijd dertig verzuimongevallen per jaar. Dat cijfer staat nu al enkele jaren op nul, terwijl het bedrijf twee keer zo groot is. De Total Recordable Case Rate voor de hele holding staat op 1,51 per 200 duizend gewerkte uren, en daalt nog steeds. Griffioen: “Onmiskenbaar een belangrijke ontwikkeling. En dat komt door VCA.”

Middelpuntvliedende krachten

Griffioen weet niet meer welk bedrijf als eerste GSA of LSA behaalde, wel dat Mourik nummer 5 was. “Esso’s maintenance manager Juan Cruz kwam het toen nog persoonlijk bezorgen. Gebakje erbij en zo.” Al gauw nam het systeem zo’n vlucht dat er aan een andere opzet moest worden gedacht. Door toedoen van de Stichting Europoort/Botlek Belangen (EBB), waar opdrachtgevers en opdrachtnemers in zaten, kwam het tot een landelijk erkend certificatiesysteem, VCA. En enige tijd later tot een speciale stichting, de SSVV. Mourik had in die SSVV vanaf het eerste begin vertegenwoordigers, niet namens zichzelf maar namens de industriële reinigers en hun organisaties SIR en DICA. Griffioens voorganger en toenmalige baas Berend Brinkhuis ging daarin voorop, maar hij was niet de enige en de laatste.
Griffioens verhaal bevat een paar mooie voorbeelden van de middelpuntvliedende krachten die met het nieuwe certificaat en de nieuwe stichting moesten worden bedwongen. “Er ontstond een VCA Bagger, en er was sprake van een VCA Groen en een VCA Bouw. Bij de eerste update, rond 1997, is uitgemaakt dat er één generiek VCA moest zijn.” 
Een ander voorbeeld betreft de opleidingen die aan het nieuwe certificaat werden gekoppeld, VCA Basis en VCAVOL, beide geënt op een veiligheidscursus van Shell Moerdijk. Griffioen was één van de vier vertegenwoordigers van opdrachtnemers die hun handtekening eronder zetten, ten kantore van Shell aan het Weena. “Ik tekende namens de industriële reinigers. Dit werd mij erg kwalijk genomen door mijn eigen directie. Want wij hadden een eigen Mourik-veiligheidscursus en die werd daarmee om zeep geholpen. Zulke fricties had je toen natuurlijk overal.” 

Eerste rang

Na de oprichting van de SSVV veranderde er veel. Zo kwam er een certificaat voor uitzendbureaus, VCU. Mourik was daarbij betrokken via Wim Vos, directeur van uitzendbureau Zuidgeest, een vijftigprocentsdochter. En er werden internationale betrekkingen aangeknoopt, vooral met Duitsland, Oostenrijk en Frankrijk, waar Griffioen zelf bij zat. Contacten met België waren er al vanaf de eerste jaren, en ook daarbij zat Mourik eerste rang, via zijn Belgische veiligheidsman Geoffroy Kempenaers. Na de ontwikkeling van een eerste VCA-cursus werd er ook een aparte opleiding VCA voor Leidinggevenden opgezet, en daarbij speelde John Barends een rol, de tegenwoordige directeur van Mourik Services. 
Een andere verandering was van bestuurlijke aard. Doordat de nieuwe SSVV al het secretariaatswerk ging doen, had de secretaris van het College van Deskundigen weinig meer omhanden. Daarvoor in de plaats kwam de positie van vice-voorzitter. Tegelijk werd bepaald dat opdrachtgevers de voorzitter zouden leveren en opdrachtnemers de vice-voorzitter. De eerste vice-voorzitter was Gert Griffioen. Hij geeft hoog op over de sfeer van samenwerking die er altijd heerste. 
Evengoed is hij blij dat er nu, in de persoon van Jeroen Terlingen, voor het eerst een voorzitter is die uit de opdrachtnemers voortkomt. Het is de bekroning van een ontwikkeling die je de ’emancipatie van de opdrachtnemers’ zou kunnen noemen.
Griffioen speelde zelf een rol in die ontwikkeling. In 2002 baarde hij opzien met de stelling dat veel opdrachtnemers inmiddels veiliger werkten dan opdrachtgevers. Sterker: 30 procent van de ongevallen en incidenten van opdrachtnemers werd direct door opdrachtgevers veroorzaakt. “Marco Heyndijk en ik hadden die cijfers allebei een paar jaar bijgehouden, in onze eigen bedrijven.” Op een CCvD-vergadering “waar het wat hoog opliep” gooide Griffioen het eruit. “Maurice Janssen van DSM reageerde als door een wesp gestoken. Bert Zandvoort, van Dow, bleef gereserveerd. Die is in zijn eigen bedrijf gaan kijken en kwam terug met de boodschap dat wij een punt hadden.” Niet lang daarna zag een nieuw certificaat voor opdrachtgevers het licht, VCO. Griffioen was de eerste voorzitter van de betreffende werkgroep. Tegenwoordig is dat Arend Profijt, ook weer van Mourik.

Beweging in de bouw

Voorafgaand aan de update van 2008 ontstond een nieuwe discussie. Griffioen: “De petrochemie wou meer aan gedrag gaan doen, maar de bouw vond de lijst goed zoals die was. Vergaderingen daarover zijn geleid door Gerard Zwetsloot van TNO, want er was een beetje een patstelling ontstaan. Daaruit kwam een extra niveau voort, VCA Petrochemie. Daarin is de vraag over gedrag een mustvraag. De bouw was daar toen nog niet aan toe.” Sinds 2011 is Griffioen de veiligheidsbaas van Mourik Holding als geheel. In die positie vertegenwoordigt hij nu zelf een groot aanneembedrijf (nummer 11 op de Cobouwlijst), en is hij actief bij Bouwend Nederland. In die rol ziet hij dat het veiligheidsdenken in deze sector niet stil is blijven staan. “De opkomst van een gedragsprogramma als Alerta is daar een voorbeeld van. Aan de andere kant: het blijft een sector waarin je de meest uiteenlopende bedrijven vindt. Dat is niet makkelijk op één lijn te krijgen.”

Nieuwe uitdagingen

Al sinds 2000 heeft Mourik Holding de veiligheidszorg ondergebracht in één geïntegreerd managementsysteem. Dat ook andere bedrijven dit doen, bewijst volgens Griffioen dat het mogelijk is. Hij zit hem daarom niet lekker dat op alle afzonderlijke aspecten aparte audits verplicht zijn. “Er is een wildgroei aan certificaten ontstaan die veel audit-energie kosten en elkaar overlappen.” In de bouw komen er nog steeds nieuwe eisen en systemen bij: Rijkswaterstaat kwam met SPIC (Safety Performance Indicators Contractors) en ProRail met een eigen Veiligheidsprestatieladder. In principe, zo meent hij, zou de nieuwe ‘governance code’ die onlangs in de bouw is afgesloten (zie de nieuwspagina’s, red.) die ontwikkeling kunnen beteugelen. Echter: “Ik zie het nog niet van de grond komen. Dat zou kunnen zijn omdat er partijen bij zitten waarvan opdrachtnemers zich afvragen of die wel de juiste stakeholders vertegenwoordigen. Bij Bouwend Nederland zijn we daarnaar aan het kijken.”

Een ander onderwerp dat Mourik anno 2014 bezighoudt is beroepsziekten. Het bedrijf ziet het belang ervan, en stelt zich niet tevreden met de constatering dat het begrip notoir moeilijk te definiëren is. Griffioen: “Een onweerlegbaar verband met werk is er alleen bij ziektes als asbestose en OPS; daarom melden bedrijfsartsen zo weinig. Bij ons staat het cijfer ook op nul. Maar iedereen wéét gewoon dat er onder deze cijfers veel schuilgaat. Ik kan me voorstellen dat in de VCA-checklist de vraag komt te staan of je als bedrijf een beleid hebt om beroepsziektes te signaleren, te inventariseren en erover te rapporteren. Dan worden mensen zich er tenminste van bewust. Zo is heel VCA gegroeid. Als je er niet mee begint, gebeurt er zéker niks. Bij Mourik zijn we erover bezig. Nog niet volgens geformaliseerde procedures, maar wel op het niveau van stafafdelingen.” 

Bron: vca-actueel.nl